DE MOLENS IN EN OM HET LAND VAN BREDA

Presentatie: dr. K.A.H.W. (Karel) Leenders

Datum: dinsdag 23 februari 2016

Tijd: 19.30 - 22.00 uur

Locatie: Grand Café De Koffiemolen, Pels Rijckenpark 1, Breda.

De meeste Bredase windmolens stonden op de west- en zuidzijde van de wallen. Daar kon veel wind gevangen worden omdat de molens hoog gelegen waren en het gebied ervoor vrij was van bomen en gebouwen. Voor de verdediging van de vesting Breda moest defensie een vrij schootsveld hebben. Op een kaart van de vesting Breda uit 1748 staan liefst zeven windmolens afgebeeld.

Bekende molens waren De Vier Winden op het bolwerk Ginnekenpoort, oliemolen De Ploeg op bastionfortuin Leugenaar, De Pelmolen aan de Jan van Polanenkade, De Schorsmolen op bastion Prinses, molen op bastion Prins, molen De Oranjeboom en molen Het Fortuin bij de inundatiesluis. Het Fortuin was de laatste molen van de stad, stond aan het Van Coothplein achter de huizen tegenover de voormalige Ambachtsschool en werd in 1986 afgebroken. Binnen de sindsdien aanzienlijk uitgebreide gemeente Breda staan nog enkele molenrestanten en in Ulvenhout en Bavel staan zelfs nog functionerende windkorenmolens. In Princenhage en in Prinsenbeek is men aan het 'sparen' om hun molenrompen weer op te tuigen tot volledige molens. Van andere molens bleef soms nog een pakhuis over zoals van De Pelmolen, of … helemaal niets. Honderd meter ten westen van Het Fortuin aan het Van Coothplein stond ooit een bijzonder grote, door het water aangedreven molen. Nog opmerkelijker is dat die molen niet alleen door de rivier de Mark in beweging werd gezet, maar ook door de werking van eb en vloed die toen nog tot Breda kwam.

Niet alleen windmolens …
Door de molens in een veel ruimere streek dan de huidige gemeente Breda te bestuderen, is het mogelijk om de grote ontwikkelingen in de molenwereld te achterhalen. Er blijken veel meer soorten molens geweest te zijn dan alleen wind- en watermolens en ook het product van de molens was niet alleen maar meel om brood te bakken. Kijk maar naar Breda: de Schorsmolenstraat is genoemd naar een molen waarop eikenschors vermalen werd tot een grondstof voor leerlooiers. Vóór 1800 waren molens zelden particuliere ondernemingen: meestal waren ze van de plaatselijke heer die de molen verpachtte en zijn onderdanen dwong er gebruik van te maken. Mede aan de hand van grafische afbeeldingen en foto's zal de spreker tijdens de voordracht ook ingaan op de verschillende typen molens zoals handmolens, tredmolens, windmolens, watermolens, rosmolens en de ontwikkeling daarvan. Bovendien gaat hij in op onderwerpen als energieproblemen, gemeentemolens, moleneigenaren, molenpachters, moleneconomie en fiscale molendwang.