BEGIJNHOF BREDA, 750 JAAR

Presentatie: dhr. M.M.M. (Martin) Rasenberg
Datum: woensdag 18 oktober 2017
Tijd: 19.30 - 22.00 uur
Locatie: Grand Café De Koffiemolen, Pels Rijckenpark 1, Breda

Medio 13e eeuw woonden er al begijnen naast de burcht van de heer van Breda. Zij hadden de grond in erfpacht. In 1267 ontving de begijnengemeenschap de grond in eigendom, aldus besloot Hendrik V, heer van Breda. Tevens kregen de begijnen toestemming om op die grond een eigen kapel te bouwen en begraafplaats aan te leggen. In de 13e eeuw waren in Europa veel begijnhoven waarvan de meeste in de 14e eeuw verdwenen op last van de Kerk. In de Nederlanden heeft een aantal begijnengemeenschappen overleefd omdat deze vrouwen in besloten begijnhoven samenwoonden die onder bescherming stonden van de plaatselijke bisschoppen.

In de eerste helft van de 16e eeuw wilde Hendrik III van Nassaubegijnhof+tekst zijn kasteel in Breda uitbreiden tot een renaissancepaleis. Voor de verdediging van dit paleis was het Begijnhof met kapel een zwakke plek. Met de begijnen kwam hij overeen het hof te verplaatsen naar de huidige locatie aan de Catharinastraat. In de overeenkomst voor deze verplaatsing zegt Hendrik III het Begijnhof tevens blijvende bescherming toe namens zichzelf en zijn rechtsopvolgers. Het nieuwe begijnhof werd gerealiseerd met gebruikmaking van bestaande bouw van de in de 15e eeuw door Johanna van Polanen gestichte St. Wendelinuskapel met bijbehorende kloostervleugel.

Begijnenkerk
Toen Breda in 1590 via de krijgslist met het turfschip in Staatse handen kwam, werd de begijnenkerk aan de Waalse gemeente gegeven en werd Charles de Héraugière de buurman van het Begijnhof. Tijdens het Spaanse tussenbewind van 1625 - 1637 werd de St. Wendelinuskapel weer begijnenkerk. Na de Vrede van Munster werden kerken en kapellen in Staats Brabant voor de r.k. eredienst gesloten en werd de kapel weer Waalse Kerk. De begijnen maakten vanaf dat moment tot 1838 gebruik van een huiskerk, gelegen tegen de noordwand van de St. Wendelinus-kapel. In 1836 werd achter op het Begijnhof onder toezicht van Rijkswaterstaat een nieuwe begijnenkerk gebouwd. Begijnen waren ongehuwde vrouwen of weduwen die samenwoonden en eenvoudige geloften aflegden van kuisheid en gehoorzaamheid. Ze waren geen kloosterlingen en waren financieel zelfstandig. De laatste begijn in Breda overleed op Goede Vrijdag 13 april 1990. Breda koestert zijn Begijnhof, de oudste nog bestaande Begijnhof-rechtspersoon in Europa, en viert dit jaar het 750 jarig bestaan.