De Geschiedenis van de B.B.A.

Presentatie: dhr. J.M. (Jan) Vrijs
Datum: woensdag 17 januari 2018
Tijd: 19.30 - 22.00 uur
Locatie: Grand Café De Koffiemolen, Pels Rijckenpark 1, Breda

Tot 1934 waren in onze provincie zes Brabantse tramwegmaatschappijen actief. Deze maatschappijen hadden een gemeenschappelijk tramwegnet met een spoorbreedte van 1067 mm en een lengte van circa 360 km dat door de gehele provincie Noord Brabant lag. Bovendien had dit net een aansluiting op de Rotterdamsche Tramweg Maatschappij, de RTM lijn in Steenbergen en vijf aansluitingen met het Belgische tramnet.

De eerste lijn van de Zuider Stroomtram Maatschappij (Breda - Oosterhout) werd in 1880 geopend. Tot de Eerste Wereldoorlog ontwikkelde het tramverkeer in onze provincie zich voorspoedig; daarna ging het bergafwaarts. Dit werd veroorzaakt door de oorlogsomstandigheden, de nasleep daarvan en vanaf 1920 door de opkomst van het wegverkeer dat veel vervoer naar zich toe trok. De tramwegmaatschappijen leden verlies maar kregen financiële ondersteuning van de Rijksoverheid: de kolensubsidies. Om de wildgroei van autobussen te beteugelen kwam er in 1926 een vergunningstelsel; tegelijkertijd bouwde de Rijksoverheid de kolensubsidies af. Bovendien werden de tramwegmaatschappijen gestimuleerd tot samenwerking en fusie.

B.B.A. tramverkeerbba+tekst
In 1934 leidde dit tot de oprichting van de N.V. Brabantsche Buurtspoorwegen en Autodiensten: de B.B.A. Het tramverkeer werd sterk verminderd; alleen de goederentram bleef nog rijden, maar ook dit bleek niet rendabel zodat in 1939 de laatste B.B.A. tram van de rails werd gehaald. Het personen- en vrachtvervoer ontwikkelde zich voorspoedig, bovendien nam de B.B.A. concurrerende busbedrijven over zodat een aaneengesloten vervoersgebied ontstond. Door schaarste aan brandstoffen en onderdelen voor het wagenpark stagneerde de ontwikkeling tijdens de Tweede Wereldoorlog maar na de oorlog kon men weer flink investeren en werd de B.B.A. bus een vertrouwde verschijning in het straatbeeld.

Stadsdiensten en BraBenA
Vanaf 1946 ging de B.B.A. ook stadsdiensten exploiteren en in 1949 werd de BraBenA opgericht voor het tourvervoer: kortom de B.B.A. was weer een renderend bedrijf. Door de toegenomen welvaart in de jaren '60 nam het aantal busreizigers af en moest men het vrachtwagenbedrijf in 1967/'68 afstoten omdat men niet kon concurreren met de particuliere transportbedrijven. BraBenA moest stoppen in 1969 i.v.m. concurrentie van de luchtvaart. In de jaren '70 was het busbedrijf niet meer rendabel en moesten Rijksoverheid en gemeenten bijspringen. Eind jaren '70 ging de B.B.A. meer samenwerken met andere busondernemingen in ons land zoals het gezamenlijk bestellen van busmaterieel. Eind jaren '90 werden vervoersgebieden aanbesteed en kon de B.B.A. geen semi overheidsbedrijf meer blijven. Het werd in 2001 verkocht aan de Connex groep waarmee het B.B.A. verhaal eindigt.